Vis - kop-romp-start
Rudy Veraar

Rudy Veraar

3 basisonderdelen om je toespraak structuur te geven

Share on facebook
delen
Share on twitter
delen
Share on linkedin
delen
Elk goed verhaal, effectieve presentatie of pitch heeft structuur nodig. Een basisstructuur van 3 onderdelen geeft elke toespraak een fundament voor verdere uitbouw. Geef je verhaal een kop, een middenstuk en een staart als basis om te zwemmen.

De 3 basisonderdelen voor structuur in je toespraak

Elke spreker die een goed verhaal wil vertellen heeft structuur nodig. Er zijn 3 basisonderdelen om structuur in je toespraak aan te brengen. Een kop, een middenstuk en een staart geven je toespraak en daarmee je verhaal een fundament waarop je verder kunt bouwen. Het geheel maakt dat je net zoals een vis alle onderdelen bezit om je verhaal te laten zwemmen in de wilde wateren van de gedachten van je publiek.

In de praktijk zie ik vaak dat één van deze drie onderdelen ontbreekt of niet goed is afgerond. Een verhaal heeft een begin (kop) nodig die de inleiding verzorgt naar de rest van het verhaal. Het is ook de trigger om het publiek te begeleiden naar het verhaal waar het om gaat (middenstuk), om uiteindelijk af te sluiten (staart) met een koppeling naar het begin van het verhaal.

1 – De kop van je verhaal

De kop is de aanloop naar de rest van je verhaal. Het is de trigger waardoor je publiek naar je blijft luisteren en hun aandacht niet naar iets anders uitgaat. Je wilt ze immers vasthouden, meenemen en onderdeel maken van je verhaal. Zodat zij meedenken, meevoelen en wellicht overgaan tot actie.

Soms is het handig om het publiek in grote lijnen te vertellen wat ze kunnen verwachten. Je creëert een soort kapstok in hun hoofd waaraan ze alle informatie op kunnen hangen. Dit zorgt voor meer ontspanning bij je publiek.

Het is belangrijk om in dit deel (de kop) aandacht te besteden aan de trigger zodat ze verder luisteren. Dit kan bijvoorbeeld een kort inkijkje zijn naar de rest van het verhaal of een vraag waarop het antwoord later wordt gegeven. Je wilt immers hun aandacht vasthouden.

Je kunt je inleiding nog krachtiger maken door gebruik te maken van wat er gebeurt in de actualiteit, een anekdote, metafoor, citaat of humor. Je wilt je publiek immers op het puntje van hun stoel krijgen.

2 – Het middenstuk van je verhaal

Het middenstuk omvat de werkelijke boodschap. Hier vertel je het verhaal. Zorg er wel voor dat je het verhaal opdeelt in hapklare overzichtelijke brokken. Je publiek heeft tijd nodig om de informatie te verwerken en op te hangen aan de kapstok in hun hoofd.

Richt je verhaal op de kern van je boodschap en bouw daar alles omheen. Hierdoor creëer je brokstukken die een koppeling hebben met de kern.

Gebruik kernwoorden of steekwoorden om de kern van je boodschap helder te krijgen en de aparte brokstukken te realiseren. De kernwoorden zijn direct je hoofdpunten in je verhaal die jou en je publiek houvast geven om het verhaal beter te onthouden.

Zorg voor een duidelijke scheiding van hoofd- en bijzaken en beperk je in je informatie tot dat wat relevant is voor je publiek. Je wilt immers de connectie met je publiek behouden.

Gebruik voorbeelden die je publiek aanspreken en waar ze zichzelf in kunnen herkennen. Dit helpt om ze mee te nemen in de beleving.

Herhaal punten vanuit een ander perspectief om nog beter aan te sluiten op je publiek. Pas wel op voor teveel herhaling.

Verplaats je in je publiek en pas eventueel je taal en prestatiestijl aan. Wees flexibel maar blijf wel trouw aan jezelf. Ga je niet opeens anders voordoen.

3 – De staart van je verhaal

De afsluiting is niet slechts een bedankje of zeggen “dit was het”. Geregeld kom ik dit tegen als ik een presentatie bijwoon. Een krachtige afsluiting is een beter alternatief.

Zorg voor een afsluiting waardoor het publiek de belangrijkste punten van je verhaal meeneemt.

Kom terug op de punten die je in de inleiding hebt gebruikt. Zo maak je het verhaal compleet en afgerond.

Een afsluiting is een samenvatting, conclusie en/of een uitsmijter. Een uitsmijter betekent dat je ze aanzet om iets te doen, denken of voelen als ze de presentatie verlaten. Zo onthouden ze de kern van je boodschap.

De uitsmijter kun je realiseren door bijvoorbeeld een vraag te stellen nadat je de hoofdpunten hebt benoemd.

Voorkom dat de staart geen nieuwe vis wordt. Houd het kort en krachtig en ga je verhaal niet nog eens herhalen. Een duidelijke korte afronding is een elegante en krachtige staart die er voor zorgt dat jouw verhaal blijft zwemmen in het geheugen van je publiek.

 Wil je advies om jouw mogelijkheden te ontdekken? ! KLIK HIER

 

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email
Share on google
Share on whatsapp